#MeToo zowel in mijn jeugd als op mijn werk

Doorbreek het jarenlange stilzwijgen

Ook ik moest de knop omzetten dat niet ik verkeerd handelde, maar de daders de grenzen overschreden van fatsoen en respect. Toen ik dat eenmaal doorhad, durfde ik ervoor uitkomen dat ik als kind seksueel misbruik ben en later op mijn werk een aantal leidinggevenden misbruik maakten van hun macht. Ik werd blootgesteld aan seksuele intimidatie en aanranding.

Vandaag heb ik aan de Nederlandse- en Belgische media een persbericht uitgezonden, waarin ik aangeef dat mijn persoonlijke ervaringen hierover beschreven staan in mijn autobiografie ‘Ondankbaar Loeder’.

Een aantal fragmenten uit mijn boek over seksuele intimidatie en aanranding op het werk en seksueel kindermisbruik uit mijn jeugd:

“Ger, één van de centrummanagers hing wel erg om me heen. Ik werd er zenuwachtig van. Ger was een getrouwde man met een hele snelle babbel en een grote bek. Vaak erg grappig, maar soms ook onbehouwen en grof. Als Ger in mijn buurt was begon ik altijd te lachen, dus Ger dacht dat hij succes had bij mij. Maar ik was zenuwachtig en voelde me niet op mijn gemak. Hij kwam steeds dichterbij en raakte me soms aan. Ik durfde niets te zeggen want ik had mijn baantje hard nodig. Hij ging steeds verder en kneep in mijn billen als hij de kans kreeg. Ook mijn borsten vond hij het aanraken waard. En ik maar niets durven te zeggen en blijven lachen.”

Een paar maanden later zocht Dingeman, de directeur van dezelfde dienst/afdeling, toenadering. Ik had nog steeds geen vast contract. Iedere keer als ik mijn hond uitliet, stond hij daar in zijn hardloop outfit. In zo’n strakke legging, waar net even iets te veel te zien was, met een bezweet lichaam dat niet echt lekker rook. Hij liep dan een stukje met me op. En weer durfde ik niet aan te geven, het niet prettig te vinden. Om hem te ontlopen nam ik een andere route, maar die had hij dan weer gauw gevonden. Op een ander tijdstip lopen werkte ook niet. Op het werk vroeg hij dan waar iedereen bij zat, tijdens het gezamenlijk koffie drinken, of ik hem aan het ontwijken was. Ik wist niet hoe hiermee om te gaan. Hij gaf me kaartjes voor theaterbezoekjes die ik niet durfde te weigeren en dan kwam hij even langs in het theater om te vertellen dat hij zelf niet kon komen. Hij vertelde vaak dat hij niets meer had met zijn zieke vrouw. Hij stond onverwachts op mijn stoep en probeerde me te zoenen. Iedere gelegenheid pakte hij aan en ik me maar opgelaten voelen. Ik wilde dat hij me aardig zou vinden, want ik had die vaste baan, die het inmiddels was geworden, hard nodig. Als ik hem tegen de schenen zou trappen, stond ik zo op straat.”

 

Fragment uit de autobiografie 'Ondankbaar Loeder' van Saskia Freichmann-Wijsbeek
Weer ’n boeket van Mike!

“Met lood in de schoenen ging ik iedere dag naar mijn werk. Voorzichtig keek ik om het hoekje van het kantoor of ik Mike zag zitten en als bleek dat hij geen dienst had was ik opgelucht en kon ik ontspannen aan het werk. Als hij er wel zat probeerde ik zo ver mogelijk uit zijn buurt te blijven. Dat ik hem probeerde te ontlopen en negeren was voor hem niet voldoende. Hij begon briefjes in mijn postvakje te stoppen. Zo vaak dat het gewoon lastig werd. Regelmatig als ik mijn postvakje opende en mijn post wilde pakken, vielen er soms wel twee of drie briefjes van hem op de grond waar mijn collega’s bij stonden. Ik voelde me opgelaten en schaamde me enorm. Snel griste ik alles bij elkaar en wist niet hoe snel ik weg moest komen. Het was net alsof ik iets fout deed, terwijl hij mij in een akelige situatie manoeuvreerde. Ik kon er met bijna niemand over praten.”

“Regelmatig logeerde ik bij Jan en Els, zij waren altijd hartelijk en lief voor mij. Op een avond lag ik al in bed toen de deur van mijn slaapplek openging. De buurjongen kwam binnen en zonder iets te zeggen kroop hij naast me en begon aan me te zitten. Ik wilde dit niet, maar hij vertelde dat ik gewoon moest gaan genieten, want anders zou ik hier nooit meer mogen blijven slapen, daar zou hij wel voor zorgen. Ook gaf hij aan dat ik over zijn handelingen mijn mond moest houden. Verward en angstig heb ik hem zijn gang laten gaan. Als ik niet meer bij Jan en Els zou kunnen komen dan zou ik helemaal niemand meer hebben. Misselijk was ik van ellende. Ik had me voorgenomen om nooit meer in de logeerkamer te blijven slapen. Daar was het niet veilig. Een paar weken later vroeg Jan of ik weer bleef slapen. Nu niet in de logeerkamer, want die was bezet. Ik was allang blij niet naar huis te hoeven, en bleef slapen tussen hen in. Nu zou er niets kunnen gebeuren. Jan en Els vertrouwde ik volledig. Els sliep al snel (of deed alsof), en toen voelde ik de handen van Jan op mijn lijf. Muisstil heb ik alles laten gebeuren. Ik realiseerde me dat, als ik zou tegenwerken, ik mijn “veilige haven” kwijt zou raken. Ik koos voor het meewerken.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *